Vlechten
Om met wilgentenen te kunnen vlechten heb je minstens drie takken (stokken, paaltjes) nodig
anders kan je niet vlechten.
De wilgentenen moeten nog soepel zijn, dus knippen en dan vlechten.
Om te verhinderen dat het vlechtwerk langs één van beide kanten hoger wordt dan de andere
kant moet je met de wilgenteen afwisselen, je begint van links naar rechts en dan nadien begin
je van rechts naar links, zo blijft de hoogte van je vlechtwerk ongeveer even hoog langs beide
zijden.